Ons schooltuinen project

Waarom? Op 25 juni 2013 werd in het stadsdeel Centrum de bijenmotie aangenomen. Gesteund door deze motie willen we bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving van de bijen in de stad en de bewustwording over dit onderwerp vergroten.

Wat? Het startidee was een prominente route door de stad, langs een soort van ‘groene loper’ (van Stadhuis naar het Tropenmuseum via de Plantage Middenweg) met prachtig vormgegeven bijenhotels, opgehangen aan GVB masten. De toenmalige Centrale Stad en DRO hebben hier budget voor vrij gemaakt. De zichtbaarheid van de vele Bee Inc.’s zou de bewustwording vergroten maar werd ook het struikelblok. Hoge kosten voor het ophangen (denk aan vergunningen, ophangsysteem en het ophangen zelf met hoogwerker) slokten bijna het gehele budget op zodat we nog maar een paar Bee Inc.’s verdwaalt over een paar GVB masten zouden zien.

Het eerste doel, het verbeteren van de leefomgeving van de bijen, zouden we niet halen. Het tweede doel zou maar deels worden gerealiseerd. Hoe verlagen we de kosten en realiseren we dus meer Bee Inc’s in de stad?

Plan Het plan is hetzelfde gebleven, de strategie is gewijzigd. Via 13 schooltuinen krijgen alle basis scholen in Amsterdam na de eerste binnenles een Bee Inc. mee naar school. Door de kinderen wordt in 1 klap de nestruimte voor de wilde bij verspreid over de hele stad uitgebreid. De kinderen zorgen voor een mooie plek bij hun school waar ze de Bee Inc. op hangen. Deze aanpak maakt de kinderen onbewust eigenaar. Daardoor zullen ze er eerder zorg voor dragen. Voordat de kinderen de Bee Inc. mee naar school nemen, krijgen zij eerst les over de bij. Voor dit project is een speciaal lespakket geschreven door Anmec in samenwerking met Bee Inc. Anmec is de organisatie die ook alle andere milieu-educatie voor de schooltuinen schrijft en ontwikkelt. In het lespakket wordt uitgelegd hoe de wilde bij het beste gedijd in de stad. Groen en bloemen komen aan bod voor bestuiving en er wordt uitgelegd welke eisen aan de huisvesting gelden. De kinderen weten nu waarom veel verkochte nestruimtes bij tuincentra niet werken. Het lespakket komt ook op de eigen website van de school zodat ook de andere klassen naast de groepen 6 en 7 de naar schooltuinen gaan, het verhaal mee krijgen over de Bee Inc. op hun schoolplein. Op de website van Bee Inc. / Schooltuinen geef je bovendien aan dat je Bee Inc. hebt opgehangen door een vinkje te zetten op de plattegrond van Amsterdam (smart city Amsterdam). Hier geven de scholen later ook aan of de wilde in de Bee Inc. heeft genesteld. Staat het vinkje eind april nog steeds uit dan sturen wij de Bee Inc. ophangservice langs (voor 25 scholen is budget op genomen).

 

 

Wie is de Solitaire Bij? Het zijn niet, zoals sommige mensen denken, een verwilderde honingbij. Het is een verzamelnaam voor alleen levende Bijen.

Colletes nigrifrons, mannetje

 

De levenswijze verschilt grondig van die van de honingbij. Bij de Solitaire Bijen heeft elk vrouwtje een eigen nestholte waarin ze haar eitjes legt.

De levenscyclus van de Solitaire Bijen behelst slechts enkele maanden. In die periode gaat elk vrouwtje op zoek naar een geschikte nestplaats. Wanneer de nestholte is goedgekeurd, begint het vrouwtje met een aantal foerageervluchten. Hierbij wordt stuifmeel verzameld dat achteraan in de nestholte wordt opgestapeld. Wanneer voldoende stuifmeel is verzameld legt het vrouwtje er een eitje op. Hiervoor wordt dan een wand gebouwd van modder en speeksel, zodat er een cel ontstaat. Daarna wordt alles herhaald tot de holte volgebouwd is met cellen.

Doorsnede nestholte 

 

Solitaire Bijen verzamelen vooral stuifmeel en nectar en gebruiken dit bijna alleen voor de eigen energievoorziening. Het zijn veel betere bestuivers dan de honingbij. Honingbijen durven de bloemen vaak te beroven van hun nectar zonder daarbij de meeldraden aan te raken. Slechts een klein percentage van de door honingbijen bezochte bloemen wordt daadwerkelijk bestoven, terwijl de Solitaire Bijen bij bloembezoek voor 97% bestuiving zorgen. Hierdoor is één Solitaire Bij op het vlak van bestuiving equivalent aan 120 werksters van honingbijen.